De juiste vaccinaties voor je paard

Vaccinaties paard
Welke vaccinaties geef ik mijn paard?

Vaccinaties voor je paard zijn zeer belangrijk. Je paard krijgt een inenting tegen influenza (ook wel het griepvirus genoemd). Voor een goede werking ervan krijgt het paard een basisvaccinatie. Dit zijn drie entingen met een tussentijd van vier tot zes weken en daarna vijf tot zeven maanden.

Vaccinaties voor het paard

Influenza ook wel paardengriep en Tetanus

Het griepvirus veroorzaakt paardeninfluenza. Als het griepvirus in de stal aanwezig is, dan verspreidt het zich snel onder de paarden. De symptomen van paardengriep zijn: (hoge) koorts, hoesten, een versnelde ademhaling en neusuitvloeiing. Omdat paarden gevoelig zijn voor tetanustoxine zit er in sommige influenzavaccins ook een bescherming tegen tetanus. De tetanus en influenza vaccinatie kunnen ook los van elkaar worden toegediend.

Preventie van paardengriep

Een goede basisvaccinatie is erg belangrijk. Deze basisvaccinatie bestaat uit drie entingen. Veulens krijgen hun eerste vaccinatie als ze zes maanden oud zijn. Na vier weken volgt de tweede vaccinatie. Nog eens vijf maanden daarna volgt de derde vaccinatie. Het herhalen van de vaccinaties is jaarlijks. Ga je veel naar wedstrijden? Of komt je paard met veel verschillende paarden in contact, dan is het verstandig halfjaarlijks te vaccineren.

Rhinopneumonie

Wat is Rhinopneumonie?

Rhinopneumonie is een virusziekte bij het paard. Verspreiding van het virus vindt veelal plaats door direct en indirect contact tussen paarden. Rhinopneumonie wordt ook wel Rhino genoemd.

Er zijn drie soorten van Rhino, te weten:

Droes

Droes is een bacteriële ziekteverwekker aan de luchtwegen. Het wordt veroorzaakt door Streptococcus Equi Equi. Alle paarden kunnen last krijgen van deze bacterie. Deze bacterie komt het meest komt voor bij jonge paarden.

Preventie en bestrijding van Droes

Wanneer Droes vroeg wordt ontdekt kan het paard antibiotica toegediend krijgen. Een goede hygiëne is echter heel belangrijk. Een besmet paard is zeer besmettelijk voor andere paarden. Het is verstandig om het besmette paard te isoleren van andere paarden.

West-Nijlvirus

Het West-Nijlvirus is oorspronkelijk afkomstig uit Afrika. Het virus komt nu ook voor in Azië, Noord- en Zuid-Amerika en in delen van Europa. Het virus verspreidt zich via muggen en wordt niet van paard op paard overgedragen zoals bij influenza.

Een paard kan het virus oplopen en tegelijk geen symptomen vertonen. Maar het kan ook algemene symptomen als koorts, slechte eetlust of sloomheid geven. Er kunnen neurologische symptomen optreden zoals spiertrillingen, ataxie en gedragsveranderingen. De spiertrillingen zijn meestal zichtbaar rond de ogen en de neus van het paard. In het ergste geval raken paarden verlamd en komen te overlijden of moeten worden geëuthanaseerd. 

Via een bloedonderzoek spoort de paardendierenarts het virus op.

Preventie tegen het West-Nijlvirus

De preventieve maatregelen tegen het West-Nijlvirus bestaan uit vaccineren van het paard en het voorkomen van muggenbeten. Muggenbeten voorkom je door insectwerende middelen en vliegendekens te gebruiken.

Paarden en veulens worden vanaf de leeftijd van vier maanden gevaccineerd. Voor een goede basisvaccinatie zijn twee vaccinaties nodig. De tweede vaccinatie volgt vier weken na de eerste vaccinatie.

Vaccineren van je paard

Voor meer informatie over het vaccineren van je paard. Neem contact op met Jeroen.

This site is protected by reCAPTCHA and the Google Privacy Policy and Terms of Service apply.